Van beeldvorming naar samenwerking: wat het onderzoek ons leert over het Veiligheidsteam, de Veiligheidskaart en de training
“Eigenlijk willen we allemaal hetzelfde.”
Voor Michelle Polderman, voorzitter van het Veiligheidsteam West-Brabant West, vat die ene zin misschien wel het belangrijkste resultaat samen van het onderzoek naar het Veiligheidsteam, de Veiligheidskaart en de bijbehorende training. Samen met Corine Goedhart, beleidsadviseur bij Zi2T, kijkt zij terug op de bevindingen en vooral vooruit naar wat deze betekenen voor de samenwerking rondom veiligheid in de regio.
De aanleiding voor het onderzoek was helder. In de regio West-Brabant West werken gemeenten en partners samen vanuit hetzelfde kompas: Handel alsof het je eigen kind is. Om professionals te ondersteunen bij complexe veiligheidsvraagstukken zijn verschillende instrumenten ontwikkeld, waaronder het Veiligheidsteam, de Veiligheidskaart en een training in het gebruik daarvan. Tegelijkertijd ontstond de indruk dat deze instrumenten niet overal even vanzelfsprekend werden gebruikt.
Om beter te begrijpen wat er speelt, werden negentien professionals, managers en bestuurders uit de regio geïnterviewd. Vertegenwoordigers van gemeenten, Veilig Thuis, Spring Jeugdhulp, de Gecertificeerde Instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en Zi2T deelden hun ervaringen, verwachtingen en verbetersuggesties.
Een verschil tussen beeldvorming en werkelijkheid
Een van de meest opvallende bevindingen uit het onderzoek is het verschil tussen het beeld dat sommige professionals hebben van het Veiligheidsteam en de ervaringen van degenen die er daadwerkelijk mee werken.
Tijdens de interviews kwamen woorden voorbij als spannend, beoordelend en zelfs tribunaal. Sommige professionals ervaren een drempel om een casus in te brengen. Ze zijn bang dat er vooral gekeken wordt naar wat zij misschien niet hebben gedaan, in plaats van naar wat er nodig is voor het gezin.
Michelle herkent dat beeld, maar ziet tegelijkertijd een andere werkelijkheid.
“Wat opviel, is dat professionals die vaker ervaring hebben met het Veiligheidsteam meestal veel positiever zijn. Zij ervaren juist steun, nieuwe inzichten en het gevoel dat ze er niet alleen voor staan.”
Ook Corine zag dat verschil terug in de gesprekken.
“Veel mensen kennen de verhalen, maar hebben zelf weinig recente ervaring met het Veiligheidsteam. Dan ontstaat het risico dat oude beelden blijven bestaan, terwijl de praktijk zich ondertussen heeft ontwikkeld.”
Dat betekent niet dat signalen over spanning of terughoudendheid genegeerd moeten worden. Integendeel. Juist omdat beeldvorming invloed heeft op gedrag, vraagt dit om aandacht. Niet alleen door beter te communiceren, maar vooral door goede ervaringen zichtbaar te maken en te blijven investeren in een veilige en uitnodigende manier van samenwerken.
Waarom wachten we zo lang?
Een tweede belangrijke bevinding is dat zowel de Veiligheidskaart als het Veiligheidsteam vaak pas laat in een traject worden ingezet.
Professionals blijken vaak eerst zelf op zoek te gaan naar oplossingen. Pas wanneer situaties vastlopen, escaleren of richting een juridische maatregel bewegen, wordt gedacht aan een consultatie via het Veiligheidsteam of het invullen van een Veiligheidskaart.
Volgens Michelle gaat daarmee een belangrijk deel van de meerwaarde verloren.
“Juist wanneer je twijfelt, wanneer je merkt dat je steeds dezelfde gesprekken voert of wanneer je handelingsverlegen wordt, kan het waardevol zijn om andere perspectieven toe te voegen. Het Veiligheidsteam is er niet alleen voor crisissituaties of als toegang voor de Raad.”
Uit de interviews blijkt dat professionals die eerder gebruikmaken van de Veiligheidskaart vaak tot nieuwe inzichten komen. Niet zozeer door het document zelf, maar door het proces van invullen. De kaart dwingt om stil te staan bij feiten, patronen, zorgen en perspectieven van alle betrokkenen.
Een geïnterviewde formuleerde het treffend: “De kaart stelt je vragen waar je anders misschien te snel aan voorbijgaat.”
Veel werk, maar ook veel waarde
Dat de Veiligheidskaart soms als veel werk wordt ervaren, kwam nadrukkelijk naar voren in het onderzoek.
Professionals werken al met gezinsplannen, risicotaxaties, rapportages en registratiesystemen. Dan voelt een extra document al snel als dubbel werk. Zeker in een sector waar werkdruk een dagelijks thema is.
Toch laat het onderzoek ook een ander geluid horen.
Professionals die vaker met de Veiligheidskaart werken, ervaren juist voordelen. De kaart helpt om informatie te ordenen, feiten van aannames te onderscheiden en patronen zichtbaar te maken die anders mogelijk onder de radar blijven.
Daarnaast blijkt de kaart een belangrijk hulpmiddel te zijn om de stem van kinderen en ouders expliciet mee te nemen in de analyse van veiligheid. Niet alleen de zorgen krijgen een plek, maar ook de krachten, successen en beschermende factoren binnen een gezin.
Corine ziet daarin een belangrijke boodschap.
“We moeten het gesprek minder voeren over het formulier zelf en meer over wat het oplevert. Uiteindelijk gaat het niet om het invullen van een document. Het gaat om beter zicht krijgen op wat er nodig is om veiligheid duurzaam te herstellen.”
Het gaat niet over een kaart, een team of een training
Misschien wel de belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de discussie eigenlijk niet gaat over instrumenten : het gaat over samenwerking.
Tijdens vrijwel alle interviews kwam dezelfde onderliggende vraag terug: hoe werken we als regio samen aan veiligheid? Hoe zorgen we ervoor dat verschillende organisaties elkaar versterken? En hoe benutten we elkaars expertise optimaal in situaties waarin geen eenvoudige oplossingen bestaan?
Volgens Michelle ligt daar ook de kracht van de regionale aanpak.
“Het Veiligheidsteam, de Veiligheidskaart en de training zijn nooit bedoeld geweest als losse instrumenten. Ze ondersteunen allemaal dezelfde ambitie: samen verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid van kinderen en gezinnen.”
Het onderzoek laat zien dat veel professionals behoefte hebben aan een hernieuwd gesprek over die gezamenlijke bedoeling. Waarom hebben we deze afspraken gemaakt? Wat willen we bereiken? En hoe helpt ieder van ons daarbij vanuit zijn of haar eigen rol?
Wat gaan we met de bevindingen doen?
De onderzoekers deden verschillende aanbevelingen die richting geven aan de volgende fase.
De eerste en misschien wel belangrijkste aanbeveling is om de bedoeling weer centraal te stellen. Niet het instrument, maar het doel moet leidend zijn. Het gesprek moet gaan over samenwerken aan veiligheid, niet over procedures.
Daarnaast wordt ingezet op het delen van ervaringen. Goede voorbeelden, praktijkverhalen en testimonials kunnen helpen om de beeldvorming beter aan te laten sluiten op de werkelijkheid. Professionals leren vaak het meest van collega’s die vertellen wat een bepaalde aanpak hen heeft opgeleverd.
Ook praktische obstakels verdienen aandacht. Het onderzoek laat zien dat er behoefte is aan ondersteuning, duidelijkheid en gebruiksgemak. Denk aan betere vindbaarheid van informatie, hulp bij het invullen van de Veiligheidskaart en het onderzoeken van mogelijkheden om dubbel werk te beperken. Daar zijn al lopende het onderzoek stappen in gezet.
Een andere belangrijke aanbeveling is het creëren van ambassadeurs. Mensen die de bedoeling actief uitdragen, collega’s meenemen en laten zien hoe samenwerking rondom veiligheid daadwerkelijk waarde toevoegt. Dat vraagt niet alleen iets van het Veiligheidsteam, maar van alle samenwerkingspartners in de regio.
Samen verantwoordelijkheid dragen
Voor Michelle en Corine draait uiteindelijk alles om één kernboodschap: veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Geen enkele professional, organisatie of gemeente kan complexe veiligheidsvraagstukken alleen oplossen. Juist daarom is samenwerking zo belangrijk. Niet als doel op zich, maar omdat kinderen en gezinnen daar beter van worden.
“Het onderzoek heeft ons niet alleen laten zien waar kansen liggen,” zegt Michelle. “Het heeft ook bevestigd hoeveel betrokkenheid er is in deze regio. Mensen willen samenwerken. Mensen willen het goede doen.”
Corine knikt: “De uitdaging voor de komende jaren is niet om mensen te overtuigen dát veiligheid belangrijk is. Dat weet iedereen al. De uitdaging is om elkaar te blijven opzoeken, van elkaar te leren en samen verantwoordelijkheid te blijven dragen. Vanuit hetzelfde kompas: handel alsof het je eigen kind is.”
Want uiteindelijk gaat het niet om een team, een kaart of een training. Het gaat om de vraag hoe we samen het verschil maken voor kinderen en gezinnen die ons nodig hebben.
Geïnteresseerd in het volledige onderzoeksrapport? Stuur een mailtje naar veiligheidsteamswbw@zi2t.nl.
